|
|
Lust by francisco van jole (Nederlands) |
2010
ARCHIVE
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
2002
2001
2000
1999
1998
1997
|
|||
Associated projects: CONTAINER:
txt francisco van jole 1.85m,1960 De straat oogde als een huiskamer na een uitgelaten kinderpartijtje. Langs de gevels daalden slierten en slingers neer, het plaveisel was bedolven onder de verpakkingen van eten en drinken. Een enorm spandoek wiegde zachtjes tussen twee grijze lantaarnpalen. Sextember‚ stond er met roze letters op een zwarte ondergrond. Marcus slenterde door de rommel, trapte doelloos tegen een prul. Aan de overzijde van de straat plukten twee meisjes aan elkaar in de deuropening van café De Doos. Hij hield even in en zag dat ze begonnen te zoenen. Deden ze dat voor hem of deed hij er juist niet toe? Wilden ze hem verleiden, shockeren of werd hij gewoon genegeerd? Dat was het raadsel dat hem eigenlijk al de hele avond bezig hield terwijl hij straat op en neer ging, van het begin naar het einde en weer terug. Kijkend, glurend soms. Het Festival van de Lust‚ was het volgens opgewonden berichten in de media. Copulerende kabouters zouden er te zien zijn. En dat was ook zo. Hoog boven de straat, op de dakranden demonstreerden tuinkabouters posities uit de Kama Soetra. Ze maakten de houdingen nog belachelijker dan in het oorspronkelijke werk. Je kon het trouwens niet eens goed zien. Toch niet wat hij zich bij lust had voorgesteld. Datzelfde gold voor de travestieten die door de menigte zwierden. Hij was er vanavond al een keer ingetuind. Een knipoog en luchtkus die hem even voor de gek hadden gehouden. In een ondoordacht moment voelde hij opwinding die plaats maakte voor walging zo gauw hij het bedrog doorzag. Zouden ze hebben gedacht dat hij...? Hij had zich afgewend, was stevig doorgelopen en had even verderop in een etalageruit gekeken. Zag hij er zo uit misschien? Om zich meteen te bedenken dat alleen al het in het voorbijgaan naar zichzelf kijken in de spiegeling van een winkelruit voorbijgangers het idee zou kunnen geven dat hij... Hij versnelde weer zijn pas. Niet dat hij iets tegen homo‚s had. Niet echt. Maar hij wilde er zelf niet voor aangezien worden. Stel je voor. Of nee, hij wilde het zich niet voorstellen. Juist niet. De meisjes in de deuropening maakten zich van elkaar los, keken hem minzaam aan en verdwenen in De Doos. Het gaf Marcus een onaangenaam gevoel, alsof hij bespot werd. Wat dachten ze wel niet? Dat hij jaloers was? Echt niet. Niet op zulke wijven. Ze waren niet eens mooi geweest. Daar verderop, op het terras van Bazar, daar zaten mooie meisjes. Sensuele meisjes in truitjes van dunne stof die of de tepels of de bh-bandjes toonden. Marcus vond het allebei even opwindend. Stof die er zo tegenaan plakt, tegen dat zachte harde. Hij zou zo een truitje willen zijn, de dagen strelend langs zachte huid slijten. Ze zaten er nog op dat terras, drie meisjes aan een tafel. Aziatische meisjes met fijne gezichten en ranke lijfjes bedekt met lange lokken zijdezacht zwart haar. Oh, daar kon hij geen genoeg van krijgen, hij was er nu al drie keer langs gelopen. De blote armen op de houten tafel. Het onbegrijpelijke geluid van hun giechelende stemmen. Hij zou zo willen aanschuiven. Op zo‚n klapstoel voorzichtig tegen ze aan schurken. Dit keer loerde hij in het voorbijgaan iets te lang, een van de meisjes keek plotseling op. Dit was niet goed. Marcus wendde meteen zijn hoofd naar de grond, naar zijn slenterende voeten. Een mens kan het voelen als iemand kijkt, had hij eens ergens gelezen. Het prikken van de ogen als het ware. Hij had haar nu dus geprikt. Wat zou ze denken? Dat hij een viespeuk was? Of een leuke man? Hij durfde niet om te zien. Straks zou hij misschien nog wel even teruggaan en haar nog eens prikken. Gewoon, kijken hoe ze reageerde. Ze wist het nu toch al. Het was warm deze avond. Een beklemmende hitte hing in de stad en al helemaal in deze straat. Zelfs als je stil bleef staan en helemaal niets deed vormden zich zweetdruppels op je huid. Marcus veegde zijn voorhoofd af en zijn natte hand vervolgens aan de buitenkant van zijn broek. Misschien moest hij iets drinken. Een flesje water halen bij de Chinees op de hoek. Of zou hij dan nog harder gaan transpireren? Verderop vormde een klein groepje mensen zich voor de ingang van een pand. Die samenscholing was er net nog niet. De hitte dreef iedereen juist steeds uit elkaar. Het was druk maar met behoud van een grote onderlinge afstand. De massa vlokte als het ware door de straat. De wachtenden waren bijna allemaal jongeren. Jonger dan hij althans. Ze klitten bij elkaar als stelletjes of kleine groep. Zoals overal. Daar kon hij slecht tegen, dat je meteen opvalt omdat je alleen bent. Marcus hield juist niet van opvallen. Jezelf camoufleren, daar ging het om. Nooit aandacht trekken want dan wordt je altijd doelwit van de een of ander. Hij bleef staan. Een paar van de wachtenden wierpen hem kort een onderzoekende blik toe en keken dan weer weg. The Last Taboo‚ stond er met grote letters op een bord en een pijl wees naar de ingang. Wat was het laatste taboe? Wat voor smerigheid kon dat zijn? Hij sloot zich aan bij de wachtenden. Twee met witte hoofddoekjes getooiden passeerden de rij, druk pratend en hun amandelogen louter op elkaar gericht. Door de korte truitjes die ze droegen waren hun getinte buiken zichtbaar. Met de in het oog springende navels leken het net rijpe vruchten die pluk me‚ riepen. Marcus stak onwillekeurig zijn handen dieper in zijn zak als om te voorkomen dat hij er een greep naar zou doen, zijn vingers streelden zijn eigen benen. Een van de twee moslimmeisjes droeg een linnen rok die zo doorzichtig was dat Marcus bij het nastaren haar string meende te zien, een dun wit strookje dat uit haar bilspleet omhoog kroop. Het was verwarrend. Marcus hield niet van hoofddoekjes. Ze waren slecht, achterlijk. Ze moesten eigenlijk verboden worden. Maar dit kon ook weer niet. Half naakt lopen met een hoofddoekje. Je kon niet gelovig zijn en tegelijk de hoer uithangen. Het was of het een of het ander. Hij wilde zich net boos maken toen er mensen uit het pand kwamen. Aan hun gezichten viel niets af te lezen. Hadden zij het laatste taboe aanschouwd? Wat was het? Dieren, hoorde hij iemand zeggen. Seks met dieren? Nee, dat kon niet. Dat was verboden. Daar was toch wel een wet tegen? Alhoewel dat niets betekende in dit land. Er bestonden zoveel wetten, dat niemand er nog wijs uit kon worden of rekening mee hield. Het groepje schuifelde een voor een naar binnen door een smalle deur en langs een brede portier die met zijn hand de toegang versperde toen Marcus aan de beurt was. De twee mannen keken elkaar aan zonder iets te zeggen. De portier nam hem op. De hand zakte en Marcus kon doorlopen. Achter hem werd de deur gesloten. Een duistere gang leidde naar een zwak verlichte ruimte waar kennelijk amper plaats was voor de hele groep. De overige aanwezigen blokkeerden de toegang en Marcus kon eigenlijk nauwelijks iets zien. Tussen de schouders en hoofden door dacht hij een stuk naakte huid waar te nemen, maar dat was alles. Er klonk muziek, een koor zong een onverstaanbaar lied en als hij goed luisterde hoor hij gekreun, gekerm. Of iets dat daar op leek. Hij ging op zijn tenen staan maar zag niets. Een man voor hem keek geïrriteerd om toen hij even per ongeluk leunde en Marcus deed meteen een stap achteruit. Het gekreun nam toe en nog steeds kon hij niets zien. Hij bleef maar wachten. Toen - na het leek wel een half uur - klonk er een kreet alsof er een verlossing had plaatsgevonden. De aanwezigen begonnen te applaudisseren en Marcus klapte mee al wist hij niet waarvoor of waarom. Thank you! Thank you!‚ klonk het vaag. De mensen voor hem draaiden zich om. Marcus drukte zich zo plat mogelijk tegen de muur. Toen iedereen gepasseerd was keek hij de ruimte in en zag een geblinddoekte naakte vrouw op een bed liggen. Over haar lichaam kropen gigantische naaktslakken die met een metalen tang één voor één verwijderd werden door een jonge vrouw in een zijden korset. Voor hij zich volledig realiseerde wat hij zag werd met een ruk een gordijn dichtgetrokken en Marcus voelde de hand van de portier op zijn schouder. Buiten op straat vroeg hij zich af wat hij nou eigenlijk gezien had. Het was een vies gezicht geweest. Dat slijm van die slakken over je huid. Hij huiverde. Ze konden zeggen wat ze willen, maar het was hier toch eigenlijk net zo abnormaal als hij gedacht had. Wat bezielde deze mensen toch? Hij hoorde hier duidelijk niet tussen. Hij kon maar beter naar huis gaan. Misschien kon hij nog even langs die Aziatische meisjes lopen. Plotseling werd er van de overkant van de straat naar hem geroepen. Oh nee, daar stond zijn baas. Met opgeheven zwaaiende hand. Wat moest die wel niet denken nu hij hem hier zag? Er werden op het werk toch al grappen gemaakt. Vervelende grappen vond hij zelf. Vorige week nog hadden ze hem vastgezet in de lift van de kantoortoren, om tien uur s avonds bij het vertrek van de hele schoonmaakploeg. Terwijl hij nooit aanleiding gaf voor die pesterij. Hij, Marcus, zou nooit aanleiding geven. Hé Mohammed!‚ klonk het van de overkant. Marcus hief zijn hand op en zwaaide lachend terug. Marcus, noem me Marcus,‚ mompelde hij. |