Mama GalleryHome pageAbout mamaProjectsWhat's OnResourcesContactPressSearch

 

Family Viewing - Te gast in de buurthuizen van Rotterdam-Zuid   


 

2010







ARCHIVE

 

2009

 

2008

 

2007

 

2006

 

2005

 

2004

 

2003

 

2002

 

2001

 

2000

 

1999

 

1998

 

1997


Associated projects: Family Viewing in de wijken


Familie!

Wie zou er nu niet iemand willen hebben die je altijd begrijpt, waarop je altijd kunt terugvallen en die onvoorwaardelijk van je houdt? Kunstenaar Jemima Brown wilde dat wel en maakte met behulp van een sekspop een tweelingzus voor haarzelf: Dolly, Dolly Brown. Jemima is niet de enige kunstenaar die kunst maakt die geïnspireerd is op het fenomeen ‘familie’. Zij stelde de tentoonstelling Familie! samen op uitnodiging van Showroom MAMA in Rotterdam met als uitgangspunt het thema familie. De geselecteerde kunstenaars verkennen het onderwerp op hun eigen manier waarbij sommigen teruggrijpen op eeuwenoude tradities van familieportretten terwijl anderen het begrip in de hedendaagse cultuur plaatsen.

Afbeeldingen van familieleden in verschillende combinaties zijn al sinds de klassieke oudheid bekend. Fresco's, reliëfs en beelden werden ter gelegenheid van bijvoorbeeld geboorte of sterfte gemaakt. Het geschilderde familieportret, bestaand uit moeder, vader en de kinderen, is een genre dat ontstaat in Europa in de 16e eeuw. Het hangt nauw samen met de opkomst van het burgerlijke en kerkelijke huwelijk in die zelfde periode. In Nederland ontwikkelt zich vanaf de 15e en 16e eeuw een burgerlijke portretcultuur die zijn hoogtepunt beleefde in de 17e eeuw, de Gouden Eeuw. Het ging in die tijd goed met de Nederlanden, die, in tegenstelling tot de omringende landen, een bestuur hadden dat voornamelijk bestond uit burgers in plaats van adel. Die laatste had zich al eeuwen laten afbeelden en kende daarin een rijke traditie. Nieuw was dat nu ook de gegoede burgers en in de 17e eeuw eigenlijk bijna iedereen die het kon betalen, een familieportret liet schilderen. Het portret werd vaak in de salette gehangen; de rijkst gestoffeerde kamer van het huis. Het was een teken van welvaart en symboliseerde ook de harmonie in het gezin.

De portretten voldeden vaak aan traditionele beeldclichés en zagen er meestal als volgt uit: ouders zittend, kinderen staand of zittend op moeders schoot of op tafel, dit in een interieur of gesitueerd tegen een landschap. Daarbij zit de vrouw voor de kijker altijd rechts, de man links. Kinderen mochten in die tijd vaak nog niet tijdens het eten aan tafel zitten. Zij stonden en zo kon de schilder dan gemakkelijk alle hoofden min of meer op dezelfde hoogte plaatsen. Dat verhoogde misschien het intimiteitgehalte, maar gelachen werd er bijna nooit op die portretten. Dat hoorde in die tijd niet, want dat werd dom gevonden. Verder staat iedereen er natuurlijk in zijn ‘zondags pak’ op.1 Kinderen namen een belangrijke plek in op die portretten en zelfs overleden kinderen werden niet vergeten. Die kregen soms een plek in de vorm van engeltjes boven de hoofden van het gezin. Bekend is het commentaar van buitenlanders die de Nederlanden bezochten en vonden dat de kinderen hier gruwelijk verwend werden en verbaasd waren dat ouders met zoveel liefde over hun kroost spraken.2 Het was zelfs zo, dat als het familieportret eenmaal geschilderd was, eventuele nieuwe kindertjes soms later werden bijgeschilderd, een gelegenheid die bovendien soms ook werd aangegrepen om de jurk van de moeder naar de laatste mode bij te werken.

Kunstenaars verdienden voor het maken van familieportretten in de meeste gevallen niet slecht, maar bekendheid en status kregen ze er niet door, want de portretten hingen bij de mensen thuis aan de muur. Publieke groepsportretten waren voor kunstenaars geschikter om naam te maken.3 Beroemde kunstenaars als Frans Hals en Rembrandt hebben dan ook niet veel familieportretten gemaakt.

De komst van de fotografie zo rond 1840 is een revolutionaire ontwikkeling geweest die ook voor de geschiedenis van het familieportret van groot belang is geweest. Opeens was het laten maken van een familieportret voor veel meer mensen bereikbaar, en het was nog gemakkelijk reproduceerbaar ook. Een overstelpende hoeveelheid familieportretten, kiekjes en fotoalbums was het gevolg. Ook gingen steeds meer mensen zelf foto’s maken.

Naast de levendige visuele traditie van het familieportret dat zich voor een groot deel aan het publieke oog onttrok omdat het netjes ingeplakt in het familiealbum voor thuisgebruik was bedoeld, ontstond er ook een nieuwe variant; kunst over het thema familie. Niet in opdracht gemaakt en minder gericht op het documenteren van de uiterlijke vorm van de familie, maar voortkomend vanuit een individueel standpunt. Voor enkele kunstenaars is familie een onderwerp dat tot de kern van hun oeuvre behoort, maar voor meer kunstenaars is het een thema waar ze wel eens ‘iets’ mee hebben gedaan. Net als voor niet-kunstenaars is familie vaak een bron van liefde, maar ook soms van allerlei ellende. Kunst over families handelt vaak over identiteitskwesties en toont de perikelen, de verhoudingen, herinneringen, ruzies, intriges, ergernissen en toch ook de liefde en verbondenheid. Het is een populair thema dat vooral op tv en in films alomtegenwoordig is. Films als Festen, Together en Happiness, ondermijnen het familiecliché en laten op tragikomische manier zien dat familieleden vaak samen niet zo gelukkig zijn.4

De tentoonstelling Familie!, samengesteld door kunstenaar Jemima Brown, gaat in op de verschillende hedendaagse standpunten betreffende het familieleven. In een interview verklaarde Brown altijd al een tweelingzus gehad te willen hebben. En omdat de natuur die haar niet gegeven had, besloot ze er tijdens een periode waarin ze ver weg van haar vriend zat, zelf een te maken. Dolly, net zoals het gekloonde schaap, zoals ze haar plastic tweelingzus had genoemd, was veel meer dan een levenloze pop, het was een partner met wie ze bijna altijd samen was en met wie ze vele werken samen maakte. Het bleef niet bij Dolly. Brown deed aan familie-uitbreiding door ook haar vriend Joe en haar ouders na te maken. Zelf bewogen Dolly en Jemima steeds meer naar de achtergrond en ondertekenden beiden alleen nog maar als makers het werk. In de tentoonstelling is het werk van Brown aanwezig in de vorm van een rozet, met twee geliefden. Ook toont ze twee videostills van haar beide oma's. In de onbeweeglijke gezichten van de dames heeft Brown haar eigen, bewegende ogen geprojecteerd.

Fotograaf Hendrik Kerstens portretteert zijn opgroeiende dochter Paula en legt verschillende momenten vanaf 1992 vast in de serie Paula’s Pictures. De eerste foto laat Paula, dan nog duidelijk een kind, zien in het bad, met een witte badmuts op het hoofd kijkt ze onderzoekend in de lens. Vele jaren later zien we haar weer. Paula wordt ouder en zo lijken we als toeschouwer het wordingsproces van kind naar volwassene van heel dichtbij mee te maken, bijna net zo nabij als vader en dochter. Met het portret Hairnet, juni 2000, is zijn dochter een jonge vrouw geworden die door het effect van het haarnet, de driekwart positie waarin ze naar de toeschouwer kijkt, de donkere achtergrond, haar zwarte kleding, waar alleen haar blanke huid en heldere ogen tegen afsteken, op het werk van een oude Hollandse meester.

Geïnspireerd op de oude fotoalbums van haar opa, gaan de schilderijen van Hideko Inoue over vroeger, herinneringen, over verre plaatsen en de verbeelding . Inoue, die van oorsprong uit Japan komt, woont tegenwoordig in Engeland. Haar schilderijen, opgezet in sepia achtige kleuren lijken op oude zwart wit foto’s. Sommige verwijzen naar bestaande snapshots, die ze dan vervolgens situeerde in een andere tijd of plek. De meeste schilderijen komen voort uit haar verbeelding waarin zijzelf haar familie, heden, verleden, oost en west samensmelten tot een imaginaire wereld. Het zijn scènes waarvan sommige een suggestie van een verhaal oproepen, en andere meer op een verstilde herinnering lijken. De werken doen niet zozeer uitspraken over het verleden, maar over de kunstenaar zelf en haar visuele onderzoekingen naar welke factoren haar identiteit bepalen zoals: cultuur, familieverleden en omgeving.5

Herinneringen, nostalgie, gecombineerd met oer Hollandsche benauwende spruitjeslucht gevat in tragikomische ensceneringen zijn kenmerkend voor het werk van Bert Sissingh. Sissingh maakte eind jaren negentig een serie foto’s van zichzelf en zijn ouders met de titel The End of History. Na het overlijden van zijn moeder ging hij alleen door met zijn vader met de serie, Family of Man. Enigszins ironisch, maar ook wat triest, verwijzend naar de titel van de eerder genoemde tentoonstelling. De foto’s laten een ‘typisch’ na-oorlogs Nederlands gezinsleven, waarin Sissingh zichzelf als volwassen kind situeert in allerlei mogelijke huiselijke scènes in relatie met zijn bejaarde ouders. De foto's zijn door Sissingh tot in detail uitgedacht en worden daarna gefotografeerd door zijn partner Sjoukje Boersma. De foto's die op de tentoonstelling te zien zijn, komen uit de serie Living in the past, uit 2005. Hierin begint Sissingh samen met Boersma zijn gezinsleven van vroeger te ensceneren.In de door Boersma mede geregisseerde scènes krijgen we opnieuw een schets te zien van een modale Nederlandse familiegeschiedenis. Als vanouds strijden in de soms hilarische fotowerken ernst en ironie om de voorrang. Opvallend verschil met de eerdere series is dat Sissingh ditmaal, in de in sober zwart-wit geregistreerde taferelen, de rol van de vader op zich neemt en Sjoukje de rol van zijn moeder. Terwijl het perspectief zich nog steeds lijkt te ontvouwen vanuit de belevingswereld van de kleine Bert.

Het videowerk s.e. iFiction, uit 2003, van Yvonne Wahl, laat met een bewegende camera groepen mensen zien in verschillende interieurs. De interieurs zijn kil en onpersoonlijk en de mensen zijn vaak van drie generaties. Kinderen, volwassenen en ouderen, liggen, zitten of staan in hun omgeving zonder dat er enige interactie plaats vindt. Maar in tegenstelling tot de traditie van het familieportret, waarbij over het algemeen ook geen sprake is van zichtbaar contact tussen de familieleden, lijkt het hier te gaan om de onmacht van de figuranten tot het maken van contact. Iedereen lijkt opgesloten te zijn in een eigen wereld, iets wat nog eens extra zwaar aangezet wordt door de kilte van de smetteloze inrichtingen.

Voor zijn werk in olieverf op doek gebruikt Helmut Stallaerts zowel fotografische bronnen en echte documenten, als zijn eigen herinnering van gefragmenteerde gebeurtenissen. Het gaat voornamelijk om portretten van mensen die verloren of gestorven zijn. Hoewel de geexposeerde reeks schilderijen van Stallaerts bestaan uit portretten van diegenen die ons verlaten hebben, komen de geportretteerden op een eigenaardige manier tot leven. De personages lijken bevroren in de tijd, doordat de versteende indruk van oude foto’s is opgenomen in de schilderstechniek. De schilderijen ademen een melancholie maar blijven bevrijd van sensatiezucht.

Johan Kleinjan maakt samen met zes andere kunstenaars deel uit van het kunstenaars collectief Antistrot. Sinds 1997 doen ze samen performances en maken zij muziek, televisie, comics, illustraties, t-shirts, tekeningen en (wand)schilderijen. Het werk van Antistrot komt tot stand in gezamenlijke sessies, waarbij de ene kunstenaar onmiddellijk reageert op de andere. Antistrot vindt de samenwerking onderling het meest belangrijk, het eigen belang van ieder komt op een tweede plaats. Het karakter van hun werk is heel spontaan, actie – reactie. Kleinjan tenslotte heeft de medewerkers van Showroom MAMA getekend. Als een grote familie hangt de MAMA crew in kleine portretjes bij elkaar!

© Gebaseerd op oorspronkelijk essay Sue-an van der Zijpp, bewerking Manon Braat, 2006

1 E. de Jong, Portretten van Echt en Trouw, Huwelijk en Gezin in de Nederlandse kunst van de 17e eeuw, Zwolle 1986.

2 Zie Simon Schama, Embarassement of Riches, An Interpretation of Dutch Culture in the Golden Age, New York 1987, p.484-486. Schama is een van die historici die tegen Aries’ claim van het ‘onzichtbare’ en ‘niet geliefde’ kind ingaat.

3 Zie ook Frauke Laarman, De ontwikkeling van het Noord-Nederlandse familieportret in de eerste helft van de zeventiende eeuw, Hilversum 2002

4 Thomas Vinterberg, Festen, 1998, Todd Solondz, Happiness, 1998, Lukas Moodysson.,Together, 2000

5 Zie ook “When I lived in Modern Times’; Archive, artefact, album, exhibition catalogue Northern Gallery for Contemporary art, 2005



Mama Showroom for media and moving artMama