Mama GalleryHome pageAbout mamaProjectsWhat's OnResourcesContactPressSearch

 

Spacequake - Kunstenaar E-terviews(NL)   


 

2005







ARCHIVE

 

2004

 

2003

 

2002

 

2001

 

2000

 

1999

 

1998

 

1997


Associated projects: Spacequake


E-interviews Kunstenaars Spacequake

Adriaan van der Ploeg (Academie voor Kunst en Vormgeving, St. Joost, Breda)

1. Vertel over je laatste 'ontdekkingsreis'.

Elke keer als ik moet werken als nachtwaker ga ik op ontdekkingsreis. Van 19:00 tot 7:00 kijk ik alleen maar films. Al deze verhalen nemen me van een Romeinse gladiatoren-arena via Rwanda in 1994, naar 1985 waar Marty en Doc in hun Delorean stappen en weer vetrekken naar 1955. Films zijn bijna een soort drugs. Over een tijdsbestek van twee uur vergeet je je eigen leven en problemen en word je meegenomen op avontuur.

2. Hoe heb je de academie ervaren?

Als een Harry Potter boek.

3. Hoe relateer jij je werk aan het tentoonstellingsthema; het verkennen van
 ruimte?

De twee foto's die op de expositie hangen brengen elk een ander aspect van het verkennen van ruimte naar boven. De motorrijder is een helemaal zwarte 'studiofoto' met alleen maar highlights. Het is een soort space-cowboy-robocop figuur, erg futuristisch. Hij verkent letterlijk de ruimte.
De foto van de moslima in de Mercedes zou je op een zelfde manier kunnen interpreteren, ze is een verkenner van ruimte en toekomst. Behalve dat, heb ik ook geprobeerd het stigma of beeldcliché dat rust op vrouwelijke moslims (denk: oudere vrouw met hoofddoek die met 6
plastic edah tassen haar rug krom sjouwt) te verkennen en te verleggen. Deze moslima zit wel gewoon wel met haar ass in die SLK, soms lijkt ze net royalty.

4. Hoe zie jij je toekomst als kunstenaar tegemoet? In welke richting wil je
je ontwikkelen?

In de richting van een goede fotograaf die zijn geld kan verdienen met zoiets als reclame en tegelijkertijd zijn eigen ideeën en concepten kan maken.

5. Hoe denk je je te gaan redden als zelfstandig kunstenaar? Hoe pak je het aan?

Veel werk maken en veel laten zien aan een breed publiek.

Gwen van Zaane (namens BLISS) (Willem de Kooning Academie, Rotterdam)

1.Vertel over je laatste 'ontdekkingsreis'.

We willen BLISS graag zien als een Cadeau. Mooi verpakt, spannend om te openen en dan genieten van de gift.

2. Hoe heb je de academie ervaren?

De academieperiode hebben wij ervaren als, laten we zeggen, een 4-gangen diner. Halverwege ben je eigenlijk al voldaan, dus na afloop ben je misselijk omdat je teveel hebt gegeten.

3. Hoe relateer jij je werk aan het tentoonstellingsthema; het verkennen van ruimte? ‘And the Blissalicious’ is een voor de expositie gevormde band die tijdens de opening zal optreden. Wij, Bliss, bieden ons aan als achtergrond dames van een nieuw veelbelovend en toekomstig talent. Wie o wie wordt de superster die ‘And the Blissalicious’ tot hogere hoogte brengt?

4. Hoe zie jij je toekomst als kunstenaar tegemoet? In welke richting wil je je ontwikkelen?

Maandag

8:00 wekker gaat

Koffie staat klaar
Bad is volgelopen
Mantelpakje aan
Auto staat voor



9:15
Onderweg naar vliegveld
Conference Call

Charlie 16:30 Tokyo, Karaoke Bar
Lauren 11:30 Moskou, Lezing
Gwen 9:30 Schiermonnikoog, in Auto

Deal is rond! Goed om de dag mee te beginnen
On the way to the Airport

Conference Call

Dinsdag

10:00 p.m. ontmoeting Waldorf Astoria, New York City

Champagne om lancering BLISS Fris te vieren

Volgende dag: Guggenheim NYC in verband met solo expositie BLISS


Maandag

8:00 wekker gaat

Wakker worden
Koffie zetten
Vuilnis buiten
Fiets naar atelier om snel verder te gaan waar we waren gebleven

The sky is the limit baby. Let’s get higher yeah.

5. Hoe denk je je te gaan redden als zelfstandig kunstenaar? Hoe pak je het aan?

Voorlopig met een bijbaan in de horeca.

Golie Talaie (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht)

1. Vertel over je laatste 'ontdekkingsreis'

De laatste ontdekking tijdens mijn onderzoeksproces betrof de mogelijkheid van het geluid en de rol van geluid in het definiëren van ruimtes. De eerste drie jaren van de kunstacademie was ik zozeer gefocust op de combinatie en de samenhang van video en ruimte dat het geluid een bijna ondergeschikte rol ging spelen. Na de 'ontdekking' van geluid heb ik het gevoel dat ik de essentie heb gevonden.

2. Hoe heb je de academie ervaren?

De tijd op de academie heeft vooral geleid naar het zoeken en vinden van het beste medium waarmee ik mezelf kon uitdrukken. Het was als het ware een kennismaking met nieuwe media en het loslaten en/of aanpassen van een aantal oude methodes en manieren van denken en uitvoeren.

3. Hoe relateer jij je werk aan het tentoonstellingsthema; het verkennen van ruimte?

In mijn werk staat het begrip, het begrijpen én ervaren van ruimte centraal. Door de audiovisuele media probeer ik een ervaring van ruimte teweeg te brengen. Een ruimte ontstaat door daar een meer specifieke definitie van te geven.

4. Hoe zie jij je toekomst als kunstenaar tegemoet? In welke richting wil je je ontwikkelen?

Als kunstenaar aan het begin van mijn carrière staat mijn onderzoek hoofdzakelijk in het teken van het audiovisuele dat samengaat met ruimte. Ik heb het gevoel dat ik hiervoor de nodige kennis moet verwerven en de talloze mogelijkheden op dit gebied zal moeten ontdekken.

5. Hoe denk je je te gaan redden als zelfstandig kunstenaar? Hoe pak je het aan?

Ik hoop me als zelfstandig kunstenaar niet te vaak afhankelijk te moeten

maken van bepaalde ondersteunende instellingen (die tegelijkertijd wél

het tot stand komen van projecten mogelijk maken). Verder probeer ik door verschillende netwerken, waar ik zelf door de academie of ervaringen erbuiten deel van uit maak, mijn werk op een steeds grotere schaal te presenteren waardoor het een toenemende (kwalitatieve) groei door zal maken.

Joep Overtoom (Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, Den Haag)

1.Vertel over je laatste 'ontdekkingsreis'.

Ik woon in Rotterdam omdat ik van grote steden hou. Je lichaam heeft er een andere relatie met zijn omgeving. De gebouwen zijn monumentaal, dwingend en bepalen heel sterk de identiteit van zo’n stad. Zo'n kolossaal ding gaat niet voor jou aan de kant.

Ik heb ontdekt dat ik, als kunstenaar, de vrijheid heb om wat langer naar dit soort dingen te kijken wanneer ik het nodig vind. Laatst had ik ontzettende zin om even weg te gaan, om iets anders te zien. Het was een fantastisch gevoel dat als je besluit dat dat nodig is, je dan de vrijheid hebt om dezelfde dag nog met je fietsje door Berlijn te rijden. Ondertussen ben je toch bezig, al die beelden gaan wel weer mee naar het atelier.

2. Hoe heb je de academie ervaren?

Ik vond de academie erg kort, na die vier jaar had ik eindelijk het idee dat er iets ging komen, dat ik net iets begon te zien. Ik vond het fijn om in een omgeving te zitten met ambitieuze jonge mensen die de wil hebben iets te doen omdat zij de noodzaak daartoe zien. Ik zie het dan ook als een voorrecht om me vier jaar bezig te hebben mogen houden met hetgeen me fascineerde. Ik had geen baas en geen routine, ik probeerde gewoon altijd grenzen te verleggen in mijn werk.

3. Hoe relateer jij je werk aan het tentoonstellingsthema; het verkennen van ruimte?

De schilderijen bestaan uit verschillende elementen van foto’s. Ik bouw een
schilderij op in lagen. Door op deze manier beelden op te bouwen, creëer ik een persoonlijke kijk op de omgeving. Ik maak een wereld opgebouwd uit elementen die ik op dat moment aantrekkelijk vind en hierbij probeer ik elementen uit de voor- en achtergrond met elkaar te laten spelen. Tijdens het schilderen probeer ik te anticiperen op een nieuw ontstane situatie om zo de gecreëerde ruimte steeds opnieuw te definiëren.

4. Hoe zie jij je toekomst als kunstenaar tegemoet? In welke richting wil je je ontwikkelen?

Ik wil me in de toekomst verder verdiepen in wat hedendaagse schilderkunst kan zijn en ik wil onderzoeken op welke manier mijn werk hieraan een bijdrage kan leveren. Soms zit er een enorme balans in een werk, dat alles bij elkaar komt. Ik zou me meer bewust willen worden van waar hem dat in zit. Als je je bewust wordt van de kwaliteiten in je werk, kun je er meer op aansturen.

Ook wil ik in mijn werk vooruit blijven kijken. Als ik naar kunst kijk zoek ik toch altijd wel naar iets nieuws. Ook bij mezelf zoek ik altijd manieren om mezelf te verbazen. Ik wil mijn beeldtaal uit blijven breiden en steeds zoeken naar wat die beelden voor een rol kunnen spelen binnen mijn werk.

5. Hoe denk je, je te gaan redden als zelfstandig kunstenaar? Hoe pak je het aan?

Door hard te werken en altijd te zorgen dat mijn werk altijd zó goed is als ik het op dat moment kan maken. Ik wil bewust zijn van wat ik wil doen en wil die ambities nastreven. Verder is er misschien ook wel een bepaalde mate van geluk nodig, ook het geluk dat je van je leven kan maken wat je wilt.

Jonmar van Vlijmen (Academie voor Beeldende Kunst en Vormgeving Arnhem)

1.Vertel over je laatste 'ontdekkingsreis.

‘Verbeelding van mijn vrijplaats’ is een onderzoek geweest naar mijn eigen ontwerp-methodologie. Wat zijn mijn denkkaders en hoe zie ik mijn werk t.o.v. het vak? Met mijn werk probeer ik een voor mij zo ideaal mogelijke wereld creëren, mijn vrijplaats, of tijdelijke autonome zone. Vanuit een enorme verzameling objecten die voor mij een soort relikwieën zijn van de geïdealiseerde werkelijkheid ben ik mijn eigen ideale ruimte gaan maken. De situationisten inspireerden mij met hun dérive (= zonder plan of doel door de stad dolen en je te laten meevoeren door de stemming van de stad) om zo aan mijn verzameling te komen. De elementen waar ik geïnspireerd door raakte, zijn een nieuwe verzameling geworden. In de verzameling komen bijvoorbeeld tientallen vlaggen voor die tezamen de vlag van mijn ruimte zijn geworden. Een collage van afbeeldingen van suikerzakjes, vooral van restaurants, monumenten en andere architectuur, toont een voorstel hoe mijn ruimte er uit zou kunnen zien. De nieuwe verzameling is de gevisualiseerde vorm van mijn denken. Het verbeeldt mijn denkkaders. Als grafisch ontwerper creëer ik voor iedere opdracht een nieuwe ruimte die ik zo ideaal mogelijk probeer in te richten, waarin ik zoveel mogelijk van mijn eigenheid probeer te integreren.

2. Hoe heb je de academie ervaren?

Op de vraag hoe ik de kunstacademie heb ervaren, moet ik antwoorden dat het voor mij echt een zoektocht was, waarin ik mijzelf ten doel stelde steeds mijn eigen grenzen te verruimen. De academie bood natuurlijk een veilige omgeving, waarin veel mogelijk was. Daar heb ik optimaal gebruik van gemaakt, met vallen en opstaan. Ik heb ervaren dat je van alles kunt willen en dat dat in principe ook mogelijk is, zolang je maar een gedegen argumentatie hebt voor je ideeën.

3. Hoe relateer jij je werk aan het tentoonstellingsthema; het verkennen van ruimte?

Het vooronderzoek voor mijn werk heeft mij geleid langs verschillende theorieën en serieuze voorstellen van ontwerpers, kunstenaars en architecten die ingaan op het vraagstuk van de ideale ruimte. Een voorbeeld van een voorstel voor de ideale plaats is ‘New Babylon’. New Babylon is een grootschalig en veelbetekenend voorstel van Constant Nieuwenhuys voor een nieuw maatschappijmodel waarin de vraag hoe mensen zouden leven in een maatschappij zonder honger, uitbuiting en arbeid (in een maatschappij dus waarin ieder mens zonder uitzondering zijn creativiteit volledig zou kunnen ontplooien), centraal staat. Dit model is een grote inspiratiebron wanneer ik over vrijheid nadenk. Ik geloof dat je maximale vrijheid bereikt wanneer beperkingen geminimaliseerd worden. Constant deed dat in zijn maatschappijmodel door onder andere alle arbeid te automatiseren.

Het onderzoek heeft mij ook op het spoor gebracht van het in 1991 door Hakim Bey gepubliceerde boek ‘De Tijdelijke Autonome Zone’ (TAZ). De TAZ heeft vele gedaanten en is een opstand die een gebied (geografisch, in de tijd, of van de geest) bevrijdt en bezet. Het is een antwoord van de beeldende kunst op de onteigening van eigenheid. Daar sluit ik mij bij aan, ik zie de TAZ als psychisch nomadisme, een associatieve denkwereld. Ik creëer een ruimte waarin ik vrij kan associëren, waarin ik verbanden kan leggen tussen alles waar ik verbanden tussen wíl leggen. In mijn ruimte is alles mogelijk, zolang mijn creativiteit en eigenheid voorop staan.

4. Hoe zie jij je toekomst als kunstenaar tegemoet? In welke richting wil je je ontwikkelen?

Nu ik afgestudeerd ben zal ik verder bouwen aan mijn ruimte, een plaats waar ik totaal mezelf kan zijn, waar mijn eigenheid centraal staat. Mijn toekomst als kunstenaar zal een strijd zijn voor vrijheid. Ik wil de vrije ruimte en mijn ontdekkingen verbeelden. Mijn ontwikkeling als kunstenaar documenteer ik, zodat niets verloren gaat. Waar mijn zoektocht naartoe gaat is voor mij nog niet duidelijk. Ooit zij iemand tegen Luc Deleu dat iets duurzaams zich alleen gaandeweg, door langdurige arbeid en nauwgezet nadenken tot stand laat brengen. Ik geloof dat dit ook voor mij geldt.

5. Hoe denk je je te gaan redden als zelfstandig kunstenaar? Hoe pak je het aan?

Ik zie mijzelf als grafisch ontwerper en kunstenaar. Ik combineer opdrachten, zelf geïnitieerde opdrachten en vrij werk. In mijn werk besteed ik veel tijd aan het concept. Een conceptuele idee gerichte manier van werken is voor mij ideaal, omdat het concept voor mij het scheppen van een ideale ruimte is. Op de vraag hoe ik mij als ontwerper en kunstenaar wil gaan redden kan ik zeggen dat ik als grafisch ontwerper een zelfstandige onderneming aan het opzetten ben. Ik werk op dit moment aan een aantal opdrachten en vanaf februari 2006 ga ik samenwerken met Anke Broeren. Daarnaast zal ik als kunstenaar mijn werk voortzetten. Een deel van de eerste fase is nu bij Showroom Mama te zien.

Judith Hofland (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht)

1.Vertel over je laatste 'ontdekkingsreis'.

Ik ga naar India. Als je op reis gaat ben je een vreemde en kun je je ook zo gedragen. Ik hou van die anonimiteit waarin je voor het eerst naar de wereld kijkt en je voelt dat mensen anders naar je kijken dan je gewend bent. Je ontdekt weer een ander deel van jezelf. Ik ben in mijn laatste projecten vooral bezig met de voyeuristische kant van mensen. Als je in de stad woont en je kijkt uit het raam gebeuren er zoveel dingen waar je zelf het verhaal bij kan maken.

2. Hoe heb je de academie ervaren?

Voor mij voelt het nu ik klaar ben als een vrijheid. Alsof ik mijn energie in ideeën kan steken zonder bezig te zijn met de vraag wat docenten ervan vinden.

3. Hoe relateer jij je werk aan het tentoonstellingsthema; het verkennen van ruimte?

Ik ben vooral bezig met film en projectie ten opzichte van ruimtes zodat er een interactie komt bij het zien van een filmpje. De projectie wordt een object is in de ruimte waar je je als toeschouwer mee moet verhouden.

4. Hoe zie jij je toekomst als kunstenaar tegemoet? In welke richting wil je je ontwikkelen?

Naast theatervormgever wil ik mij zelf blijven ontwikkelen op autonome vlakken in beeldende kunst, theater en film. Hierbij zal ik op een grens tussen de disciplines werken. Alle disciplines vind ik even interessant

5. Hoe denk je je te gaan redden als zelfstandig kunstenaar? Hoe pak je het aan?

Het is nog heel erg zoeken. Ik vind het leuk om eigen projecten op te zetten en daar de mensen bij zoeken met wie ik wil werken. Ik wil nu ook leren subsidies aan te schrijven om meer tijd te krijgen om te experimenteren. De combinatie van eigen projecten in afwisseling met meegaan in projecten van anderen lijkt me ideaal.

Ola Vasiljeva (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht)

1. Vertel over je laatste 'ontdekkingsreis'.

Ik zie mijn werk als een filter dat beelden in mijn eigen idioom vertaalt. Ik heb opgemerkt dat ik nog steeds veel bezig ben met het misbruiken van beroemde en comfortabele beelden en de waarde van populaire mythes aan de kaak stel.

2. Hoe heb je de academie ervaren?

Vreemd.

3. Hoe relateer jij je werk aan het tentoonstellingsthema; het verkennen van
 ruimte?

Het project dat ik toon in MAMA gaat over het territorium van iemands geest.

4. Hoe zie jij je toekomst als kunstenaar tegemoet? In welke richting wil je je ontwikkelen?

Ik ga door met de dingen waar ik het meest van houd.

5. Hoe denk je je te gaan redden als zelfstandig kunstenaar? Hoe pak je het aan?

Ik werk 15 uur in de week als schoonmaakster, alle andere uren zijn geweid aan mijn ontwikkeling.

.

Rob Donkers (Willem de Kooning Academie, Rotterdam)

1. Vertel over je laatste 'ontdekkingsreis'.

Voor mijn afgelopen ontdekkingsreis reisde ik af naar het Friese Beetsterzwaag waar ik de grenzen van de koekoeksklok heb overschreden.

2. Hoe heb je de academie ervaren?

De academie was voor mij een soort speeltuin.

3. Hoe relateer jij je werk aan het tentoonstellingsthema; het verkennen van ruimte?

-

4. Hoe zie jij je toekomst als kunstenaar tegemoet? In welke richting wil je je ontwikkelen?

Ik wil mezelf ontwikkelen in alle richtingen. Zo breed mogelijk.

5. Hoe denk je je te gaan redden als zelfstandig kunstenaar? Hoe pak je het aan?

Mij concentreren op wat belangrijk is.

Roel Klungel (Willem de Kooning Academie, Rotterdam)

1. Vertel over je laatste 'ontdekkingsreis'.

Voor mij is een ontdekkingsreis vooral de verbazing over nieuwe dingen. Mijn laatste ontdekkingsreis is de ervaring dat ik tijdens de training voor de wintertriatlon merkte dat mijn lichaam niet meer kon wat ik zou willen. Mijn lichaam doet niet meer wat ik gewend was dat het deed, mijn hartslag gaat niet meer zo makkelijk omhoog. Ruim twee jaar heb ik niet echt getraind en ik merk dat ik ouder word.

Als ouder van een zoon van twee gaat mijn ontdekkingsreis ook via onze zoon. Verbazingwekkend is het om te horen hoe hij ineens een nieuw woord na kan zeggen. Steeds spreekt hij weer nieuwe woorden. Van zijn Spaanse vriendje pikt hij ook Spaanse woorden op. Door iets heel vaak te horen kan hij het zelf ook, leren door imiteren. Hoe dat toch werkt?!

2. Hoe heb je de academie ervaren?

De eerste twee jaar van de academie heb ik ervaren als een kleuterschool voor volwassenen. Heerlijk vond ik het, lekker tekenen en fröbelen. Ik deed de dingen die ik goed kon. Daarna werd het lastiger, ik moest leren om de dingen anders te doen dan ik gewend was. Toch moest ik ook bij mezelf blijven. Dit kostte veel energie en frustratie. Uiteindelijk verraste ik mijzelf met iets waarvan ik nooit gedacht had dat ik dat zou maken.

Kunstgeschiedenis en filosofie zijn vakken die ik voor de academie blijkbaar erg gemist heb; ik voelde me er erg thuis.

3. Hoe relateer jij je werk aan het tentoonstellingsthema; het verkennen van ruimte?

Mijn tentoongesteld werk is een levensgrote tractor van karton. Het werk gaat over het bewerken van de aarde. Mensen beseffen veel te weinig dat we voor ons voedsel afhankelijk zijn van de groeikracht van de aarde. In onze tijd en cultuur is de trekker de oerkracht, de basis, om de aarde te bewerken. Mijn werk gaat over het verschil tussen stad en platteland en over de afvalcultuur van onze maatschappij.

Mijn werk gaat ook over de persoonlijke ruimte die ik inneem. Na eerlijk kijken naar mijzelf moet ik toegeven dat ik een fascinatie heb voor tractoren. Door dat niet weg te stoppen, maar juist onder een vergrootglas te leggen, maak ik iets wat heel persoonlijk is en eerlijk naar mezelf. Maar het moet wel toegankelijk zijn voor meerdere mensen, ik moet het wel durven delen.

De door mij gemaakte trekker oogt heel massief, krachtig en gesloten. Toch kun je er ook doorheen kijken door de golfjes in het golfkarton en voelen de wielen zacht aan. De trekker is krachtig en tegelijkertijd transparant en zacht. Net als een mens wanneer die de moeite neemt om anderen toe te laten, in de eigen denkwereld en in de eigen verbeeldingswereld in de vorm van de door mij gemaakte kunst. Ik durf mij kwetsbaar op te stellen door mijn eigenheid te tonen.

4. Hoe zie jij je toekomst als kunstenaar tegemoet? In welke richting wil je je ontwikkelen?

Mijzelf als kunstenaar serieus nemen is iets dat ik nog moeilijk vind. Is het alleen maar leuk om iets te maken, of heb ik ook wat te vertellen? Vind ik dat mensen dat moeten horen? Willen andere mensen dat ook horen? Mijn toekomst als kunstenaar voelt nog heel diffuus, zo ook de richting. Ik zie mezelf tekeningen, schilderijen, ruimtelijk werk en mechanische installaties maken. Zolang er maar geen elektronica aan te pas komt. Schoonheid ontstaat door eenvoud.

5. Hoe denk je je te gaan redden als zelfstandig kunstenaar? Hoe pak je het aan?

Je redden als zelfstandig kunstenaar kun je ontleden in twee richtingen denk ik, in een creatieve en een financiële richting.

Enerzijds is er de kwaliteit van het werk. Je werk moet er uit springen en opvallen zodat het aandacht krijgt. Ik denk dit te doen door niet gangbare materialen en methodes te gebruiken. Verder is het voor mij belangrijk dat er meerdere denklagen in verwerkt zijn.

Anderzijds is er het kunnen leven van je werk. Financiën genereer je door subsidies aan te vragen, mee te doen aan prijsvragen, inschrijven op opdrachten en eigen werk verkopen door middel van exposities. Het is daarom ook belangrijk je werk uit te dragen en er bekendheid aan te geven. Je moet zelf initiatief nemen en mensen benaderen. Daarom ben ik nu eerst bezig met een website en een portfolio.

Steven A. Leijen (Academie voor Kunst en Vormgeving, St. Joost, Den Bosch)

1. Vertel over je laatste 'ontdekkingsreis'.

Afstuderen en dan de grote woeste wereld in. Dat was even een zuur lesje koude realiteit. Brrrrrrrrrr... Alles om je heen valt even weg. "Wat moet ik nou?!". Ergens is dat wel prima. Belangrijk vraagstuk in ieder geval. Wat dat betreft kan ik er nog niet zo veel zinnigs over zeggen omdat ik nog aan het begin sta. Vraag het me later nog eens…

2. Hoe heb je de academie ervaren?

Zwaar, maar de moeite waard. Ik heb het mezelf niet al te makkelijk gemaakt. En wat blijkt? Uiteindelijk liggen alle oplossingen toch recht voor je neus. En dat geeft weer een nieuwe frisse kijk op jezelf en je werk. Ik doe niet zozeer iets anders dan voor de academie, maar wel beter en een heel stuk bewuster.

3. Hoe relateer jij je werk aan het tentoonstellingsthema; het verkennen van ruimte?

Ik koester mijn jongensdromen als geen ander. Daar ren ik hard achteraan, moet en zal ze realiseren. Helaas is de werkelijkheid daar één en al ontkrachting van. Die dingen komen terug in mijn werk. De dromen, maar ook de teleurstellingen en de machteloosheid. Al wil ik er niet te negatief over doen.

Ik probeer mijn tekeningen zo veel mogelijk spontaan te laten ontstaan. Ik schets niets en laat het komen zoals het komt. In die zin verken ik de grote ruimte (niet de leegte) in mijn hoofd. Dat kan voor mij soms ook nog grote verassingen opleveren. Aan de andere kant las ik ook momenten in waarin ik met afstand naar het beeld kijk zodat ik nog weet waar ik mee bezig ben. Het moet immers ook nog leuk zijn voor een ander. Symboliek is prima, zolang het nog wel een beetje toegankelijk blijft.

4. Hoe zie jij je toekomst als kunstenaar tegemoet? In welke richting wil je je ontwikkelen?

Ik ben redelijk allround, een alleseter. Zo lang ik creatief bezig ben vermaak ik me prima. Of we het hier nou hebben over muziek, tekenen, podiumkunst, reclamewerk of film. Dat is dan ook wat ik voor ogen heb om te blijven doen: Van alles en nog wat.

Ik ben voorzichtig begonnen aan het schrijven van mijn tweede film. Op dat vlak heb ik nog een hoop te leren, maar ik vind het wel een kick-ass manier van verhalen vertellen. Daar hoop ik mij verder in te ontwikkelen.

Verder wil ik binnenkort graag weer eens een stripverhaal maken en steek ik de rest van mijn tijd in mijn bands en drummen. Ik verwacht dus nog een hoop leuke dingen te maken en daar een hoop lol aan te beleven. En een beetje succes is ook niet weg natuurlijk…

5. Hoe denk jij je te gaan redden als zelfstandig kunstenaar? Hoe pak je het aan?

Zoals ik al zei: Ik doe van alles, commercieel, opdrachten en toegepast vind ik ook geen vieze woorden. Ik ben nu druk op zoek naar werk in de reclame en vormgeving. Wat dat betreft komt mijn grafische achtergrond mij goed van pas. Zo hoop ik een stabiele basis te creëren van waaruit ik mij weer meer kan focussen op mijn 'eigen' werk. Als dat dan lekker gaat lopen zien we wel weer verder. Ik heb altijd gezegd dat ik mijn brood wil verdienen door alleen maar dingen te doen die ik leuk vind, dat is mijn jongensdroom. Dit is nog steeds de opzet, en ondanks menige tegenslag heb ik er vertrouwen in dat het wel goed gaat komen.

Véronique Driedonks (Academie voor Beeldende Kunst en Vormgeving Arnhem)

1. Vertel over je laatste 'ontdekkingsreis'.

Als ik behoefte heb aan nieuwe impulsen voor mijn werk begin ik meestal met fotograferen. Ik zwerf door de stad, de natuur of door een industriegebied. Zo’n landschap is voor mij een decor van lijnen, vormen en constructies die ik later omzet in mijn eigen beeldtaal.

Tegelijkertijd onderga ik de sfeer van de plaatsen waar ik heen ga. Een drukke stad kan net zo desolaat zijn als een industriegebied, een paradijselijk bos óók onheilspellend. Ik vraag me af wat ik eigenlijk zie en ervaar, of de wereld zoals wij haar hebben vormgegeven nog enig verband houdt met onze basale behoeften.

2. Hoe heb je de academie ervaren?

Als een zoektocht naar de vorm en inhoud die bij me past. Ik had alle vrijheid om te experimenteren en om met de anderen elkaar te stimuleren en inspireren.

3. Hoe relateer jij je werk aan het tentoonstellingsthema; het verkennen van ruimte?

Mijn ruimtelijke werken worden steeds groter. Het formaat draagt bij aan de beleving ervan. Wetten, het Woud, dat in SPACEQUAKE te zien is, is een environment van handgemaakt vilt. In dit meest recente werk heb ik de definitie van ruimte het verst doorgevoerd. Het is een ‘ruimte op zich’ geworden, waar je doorheen mag lopen.

Het gaat om de ervaring.

Hoog boven je hoofd zweven grote rode metalen buizen met handvatten, alsof een hogere macht de regie in handen heeft. Uit de buizen groeien een soort lianen met grillige grote bladeren die, eenmaal ontsnapt aan de strengheid van de buizen, hun eigen weg zoeken. Je ruikt de geur van de schapenwol.

4. Hoe zie jij je toekomst als kunstenaar tegemoet? In welke richting wil je je ontwikkelen?

Het aspect van het ‘opgaan in’ het kunstwerk wil ik de komende tijd nader onderzoeken, net als het vullen van de ruimte. Vilt, waar ik nu een jaar mee heb geëxperimenteerd, is als materiaal op zich al een bron voor nieuwe ideeën. Maar ik werk ook met andere materialen. Inhoudelijk wil ik verder gaan met mijn onderzoek naar ‘kernbegrippen’ van het bestaan, naar wat wezenlijk en oorspronkelijk is.

5. Hoe denk je je te gaan redden als zelfstandig kunstenaar? Hoe pak je het aan?

Dat is behoorlijk ingewikkeld vind ik. Naast het kunstenaarschap werk ik nog 20 uur in de week in een andere baan. Dat heeft als voordeel dat je meer in de maatschappij staat en dat je in een goed werkritme zit. Maar je kunt jezelf als kunstenaar natuurlijk wel sneller ontwikkelen als je meer tijd hebt. Tot nu toe word ik nog erg in beslag genomen door exposities die voort zijn gekomen uit de eindexamententoonstelling en praktische zaken die je moet regelen. Ik wil snel weer dingen gaan maken.

Mijn ruimtelijke installaties zijn groot en ik werk er over een langere periode aan. Ze zijn minder verkoopbaar dan mijn grafiek. Ik zal moeten proberen van te voren projectsubsidies of opdrachten te krijgen om er zeker van te zijn dat ik de materialen kan bekostigen of het werk kan exposeren. Verder houd ik contact met andere beginnende kunstenaars, zodat je elkaar kunt stimuleren verder te gaan en om samen initiatieven te ontplooien.



Mama Showroom for media and moving artMama