|
|
Ladyshave - Kunstenaar Informatie (NL) |
2010
ARCHIVE
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
2002
2001
2000
1999
1998
1997
|
|||
Associated projects: Ladyshave
Madeleine Berkhemer is een Rotterdamse kunstenares, van wie het werk uitgebreid is geëxposeerd in Nederland, Zwitserland en Scandinavië. Zij houdt zich bezig met een groot aantal gebieden en media, zoals beeldhouwen, installation, performance, fotografie en collage. Vrouwelijke identiteit en vrouwelijke seksualiteit – vaak haar eigen - staat grotendeels centraal in werk van Madeleine, wat heel grafisch wordt weergegeven via performatieve zelfportrettering die verweven is in haar werk of door de betekenis van de materialen die ze gebruikt: lingerie, panties, tot fetisj verworden schoenen en producten die gewag maken van het vrouwelijk lichaam. Ze slaagt er vaak in een agressieve en confronterende kwaliteit in haar werk te bereiken, een kwaliteit die zelfs overblijft in kunstwerken waaruit ze zichzelf of openlijke grafische beelden totaal heeft verwijderd. Berkhemer brengt passie, begeerte en seksuele manie deskundig over door middel van vorm, spanning, materiaal en kleur. Martin C. de Waal is een kunstenaar uit Amsterdam die zich geen grenzen laat opleggen door disciplines, omdat hij zich bezig houdt met design, mode en visuele kunst. Digitaal gemanipuleerde fotografie en performance zijn vaak de manier waarop Martin werkt, hoewel zijn eigen lichaam in het verleden deel uitmaakte van het werk dat wordt veranderd en tot uiting wordt gebracht door plastische chirurgie en make-up. In zijn werk houdt hij zich regelmatig bezig met het begrip “identiteit” en de relatie daarvan met de manier waarop de massa- en modemedia het begrip “identiteit” als handelsartikel gebruiken. Seksualiteit, gender en ras, en vaker nog de complexe intersecties daartussen, nemen een prominente plaats in zijn werk in. Zijn werk is laconiek van aard en drukt vaak het verlangen naar de onbereikbare glamour en perfectie uit die wordt gepromoot door de media, terwijl hij tegelijkertijd op een bescheiden wijze met naar zichzelf wijst als iemand die beter zou moeten weten. Terwijl de modaliteiten van zijn onderwerpen - de mainstream modemedia - vaak de manier zijn waarop hij zijn werkt maakt, gaan recentere performances hierin nog verder doordat hij zichzelf letterlijk “gebruikt” of plaatst in de muzikale performances van Vive La Fête, de Belgische Electro sterren (ook het coverduo van Karl Lagerfeld) of door het ruilen van songs met elkaar. Recente performances op dit gebied omvatten ook de performances bij Cokkie Snoei als deel van het “New Gothic ‘-project en het werk bij FOAM als onderdeel van de Guy Bourdin-overzichtstentoonstelling. DJ Chantelle is een Rotterdamse conceptuele kunstenares van wie de avatarpraktijk net zoveel deel uitmaakt van het werk met de “visuele kunst-boyband”, het collectief De Artoonisten, als van afzonderlijk werk dat oneerbiedig en dadaïstisch uithaalt naar de hedendaagse Nederlandse samenleving en, in het bijzonder, de relatie tussen gender, seksualiteit, macht en consumptie. “Objects of Desire” blijft een preoccupatie voor DJ Chantelle, de bizarre avatar met het lichaam van een man in pak en het van make-up voorziene hoofd van een klassieke vrouw uit de middenklasse, die werk produceert dat een weerspiegeling is van diepgewortelde verlangens naar het consumeren van luxe en exclusiviteit als het ultieme modieuze sociale machtsaccessoire. De subversief politieke kunstwerken trotseren echter simplistische interpretaties als louter kritiek op de consumentenmentaliteit. Wat DJ Chantelle uniek maakt binnen het moderne conceptuele gebied is de concentratie op zeer traditionele productiemethodes: werken van keramiek, glas en graniet wordt vaak een eigen bestaan toegestaan, soms gecombineerd met fotografie, performance of kunstwerken op papier, die dicht in de buurt komen van DJC’s eerdere bestaan als politiek tekenares. Niet alleen exposeerde DJ Chantelle werk met The Artoonists, maar zij was ook een van de kunstenaars die van de stad Rotterdam de opdracht kreeg voor het maken van het Martin Toonder-monument, een monument voor een van de meest geliefde Nederlandse striptekenaars. Dit oorspronkelijke kunstwerk, uitgevoerd in zuivere 19e eeuwse materialen zoals graniet, brons en bladgoud, is een van de belangrijkste stukken van post-20ste eeuws werk in opdracht van een Nederlandse stad dat geheel benaderd is zonder stil te staan bij de modernistische orthodoxie. Een groot deel van het werk dat de modulaire installatie “Self Serving Salome” vormt, gaat uit van de preoccupatie die DJC heeft met Franse decadente teksten zoals “Paganist Naturel” en “decadente” esthetica, in het bijzonder de werken van Aubrey Beardsley, wat een ongewoon uitgangspunt is voor een Nederlandse kunstenares. Het werk omvat een aantal grote keramische stukken die door de kunstenares met de hand zijn gemaakt met gebruikmaking van traditionele technieken. Deze worden dan geplaatst in een plaatsspecifieke relatie tot andere elementen op het gebied van fotografie, video en beeldhouwwerk, afhankelijk van het grillige humeur van de eigenaardige diva. Jennifer Tee is een vooraanstaande jonge Nederlandse kunstenares. Haar werk, dat internationaal is geëxposeerd en dat veel loftuitingen en prijzen heeft ontvangen, zoals de Prix de Rome, wordt vaak geassocieerd met weerspiegeling van haar culturele ervaring als Chinees-Nederlandse. Ze maakt gebruik van zowel westerse toepassingen als onmiskenbare Chinese iconografie, wat wellicht ook haar dialoog weergeeft met de rijke hoeveelheid werk die ontstaat binnen de hedendaagse Chinese kunst. Ook zij is een van de kunstenaars van wie het werk constant wordt vernieuwd door de experimenten met verschillende kunsttechnieken en ook zij houdt zich bezig met een grote verscheidenheid aan media. De meest algemene vorm daarvan is misschien wel installations, waarbij sterke kleuren prominent aanwezig zijn door het gebruik van stoffen, iconografie op basis van traditionele Chinese elementen en werkvormen als borduren en keramiek. Terwijl de kwestie culturele identiteit meestal manifest aanwezig is in Jennifer’s werk, blijven de kwesties gender en identiteit zichtbaar in bijna alles wat ze maakt, soms obscuur, persoonlijk en moeilijk te lezen of, op andere momenten -zoals soms in het videowerk - bijna universeel in het tragikomische vermogen om zelfs de meest cynische kijker te boeien. Risk Hazekamp is een kunstenares uit Den Haag, wier fotografische werken de kwestie gender bij de horens vat. Zij doet dit soms bijna letterlijk, zoals bij beelden van “the West”, waar cowboys en alle bagage die ze bij zich hebben op het gebied van gender en de mediaconstructies, overheersend aanwezig zijn. In haar werk maakt Risk gebruik van het figuur, storend bekende kleding en landschappen om te deconstrueren - of misschien te reconstrueren – en van geïdealiseerde beelden van mannelijkheid en vrouwelijkheid, waardoor vaak een toestand van ambivalente “femanliness” ontstaat. Tracht zij het perfecte beeld te bereiken van een lesbische malboro-vrouw met vleugjes van een vrouwelijke James Dean? Of vraagt ze ons om onze gedachten te laten gaan over hoe Hollywood ons manipuleert? En tart het stoere stierenvechtersbeeld de seksistische grootspraak van Hemingway of weerspiegelt dit een regelrechte bewondering? Soms is dit moeilijk te zeggen en misschien hoeft dit ook niet, omdat hierin de aantrekkingskracht van de werken ligt. Het werk van Risk is geëxposeerd in talrijke Europese landen, de VS en Japan, maar is nog niet zo bekend in het Verenigd Koninkrijk. Silvia Russel leeft en werkt tussen New York en haar geboorteland Nederland. Zij werkt hoofdzakelijk in het medium tekenen. Haar werken worden geproduceerd door een gestructureerd proces. Ze maakt minstens een tekening per dag, waarna ze hen gebruikt in gefilterde vorm in groeperingen ervan. Deze werken die, tot onlangs, redelijk klein van formaat waren, worden vaak geproduceerd als een snel antwoord op de gebeurtenissen van haar dag. Soms worden ze individueel getoond soms in groepsverband als een installatie direct op de muur van de tentoonstellingsruimte. . Vrouwelijke figuren en representaties van vrouwen – misschien autobiografisch - zijn een leidend motief. De tekeningen zijn zelden uniform, vaak verschillen zij van formaat, methodiek of kleur. Maar wanneer als een geheel gezien lijken zij zekere karakteristieken te delen. Het kleurgebruik en inhoud voelt instinctief aan en geheel niet ontworpen. Ze voelen zelf reflectief aan of de inhoud transparant is of niet. De suggestie van tiener doodles op geparfumeerde pagina’s van een dagboek en gefragmenteerde ‘displays’ op miljoenen slaapkamermuren worden evident wanneer getoond in groepsverband. De tekeningen vragen ons de aandacht voor een proces van een jonge vrouw die op haar eigen identiteit reflecteert. Meer recentelijk lijkt zij met haar werk juist de andere kant van het spectrum te onderzoeken; tekeningen van groot formaat waarin de sombere zwaarheid van de zwarte lijnvoering zware vrouwelijke figuren alleen staan of in een juxtapositie met een uitgesproken kleur. |