Mama GalleryHome pageAbout mamaProjectsWhat's OnResourcesContactPressSearch

 

Essay Rob Perrée   


 

2010







ARCHIVE

 

2009

 

2008

 

2007

 

2006

 

2005

 

2004

 

2003

 

2002

 

2001

 

2000

 

1999

 

1998

 

1997


Associated projects: Ch ch ch changes


GEDAANTEVERWISSELING

De gedaanteverwisseling heeft vele gedaanten. De Tsjech Franz Kafka schreef ooit een novelle waarin de hoofdpersoon ontwaakt als een mestkever. De schrijver wist toen nog niet dat de absurde gebeurtenissen die daar het gevolg van waren, spreekwoordelijk zouden worden en zijn naam zouden gaan dragen. Zijn Britse collega Roald Dahl schreef enkele tientallen jaren later een verhaal waarin de hoofdpersoon langzamerhand de gedaante van een wesp aanneemt. Dahl wist als geen ander dat je spanning op kunt bouwen door met het verloop van de tijd te spelen. In de science fiction literatuur is de gedaanteverwisseling één van de belangrijkste middelen om de lezer te laten geloven in een onwaarschijnlijke en ongeloofwaardige wereld.

David Bowie veranderde zo vaak en zo geloofwaardig van gedaante dat zijn fans gingen twijfelen aan zijn seksuele geaardheid. Door dat mysterie zorgvuldig te koesteren, wist hij ze jarenlang aan zich te binden. Madonna trad in zijn voetsporen en transformeerde zichzelf in een femme fatale die geen misverstand liet bestaan over wat ze wilde en wie ze dus voor haar karretje wenste te spannen. Daarmee overspeelde ze kennelijk haar geloofwaardigheid, want toen ze zich uiteindelijk aan de wereld toonde als een bezorgde, trouw getrouwde moeder met een groeiende schare kinderen verloor ze een groot deel van haar fans.

In politieromans en politiefilms vindt gedaanteverwisseling plaats om de dader op te kunnen sporen en op heterdaad te kunnen betrappen. Door de lezer en de kijker medeplichtig te maken aan het graaien uit de verkleedkist, maakt de schrijver hem onderhevig aan een dusdanige spanning, dat hij niet anders kan dan het boek uitlezen of de film uitkijken. Waarschijnlijk behoren acteurs tot de enige beroepsgroep waarbij gedaanteverwisseling een noodzakelijke vaardigheid is. Ze doen het niet om hun publiek te plezieren. Ze doen het niet om spanning op te wekken of zich bewust anders voor te doen dan ze zijn. Vaak lees je in interviews dat ze tot beter spel komen, als de rol verder van ze af staat en ze meer moeite moeten doen om haar geloofwaardig te spelen.

Mensen die carnaval vieren weten dat gedaanteverwisselingen het hen mogelijk maken te doen wat ze in het dagelijks leven niet kunnen, durven of mogen. De metamorfose als excuus-Truus. Omdat de vermomming tijdelijk is, wordt dat excuus meestal bij voorbaat aanvaard. Het voorafgaande maakt het logisch dat de gedaanteverwisseling ook in de beeldende kunst een rol speelt. In zijn meest elementaire vorm is ze zelfs de basis van wat men als kunst is gaan beschouwen.
Het één op één weergeven van de werkelijkheid, hoe vaardig ook, wordt sinds het modernisme niet meer als kunst gezien. Van de kunstenaar wordt verwacht dat hij de realiteit transformeert en op die manier een proeve geeft van zijn oorspronkelijke kunnen. Los daarvan heeft een aantal kunstenaars in de loop van de kunstgeschiedenis de gedaanteverwisseling tot zijn thema gemaakt. Om uiteenlopende redenen. Cindy Sherman hield als kind al van verkleedpartijen, ontdekte als jonge vrouw dat die haar zekerheid en veiligheid gaven in een grootstedelijke omgeving en zette die hang naar vermomming als kunstenaar om in een groot aantal fotowerken. Ze deed dat in een tijd - eind zeventig, begin tachtig - waarin de representatie de toon zette in het beeldende kunst discours.

Hoe beïnvloeden de massamedia de beeldvorming? Op welke misleidende manier worden vrouwen en minderheidsgroepen gerepresenteerd in die media? Is de werkelijkheid die de televisie, de film en de tijdschriften neerzetten niet hard aan deconstructie toe? Het werk van Sherman sloot hier naadloos op aan. De Japanner Morimura, om een ander voorbeeld te noemen, speelt in ieder fotowerk een andere rol om het typisch westerse discours van de representatie van ironische voetnoten te voorzien en om aan te geven dat gedaanteverwisselingen normaal zijn binnen de traditie van het Japanse theater. De Nederlandse kunstenaar Rob Birza zei voor transformatie als thema in zijn werk te hebben gekozen, omdat hij zo geconditioneerde waarden en betekenissen onderuit kon halen en zichzelf een ruimte kon geven waarin alles nog vrij en vlottend is.

In de tentoonstelling ‘Ch Ch Ch Changes’ toont de gedaanteverwisseling zich in vele gedaanten. Jorrit Paaijmans ‘manipuleert’ zijn inkttekeningen en maakt zo de weg vrij voor het toeval. Levi van Veluw voorziet zijn gezicht van wisselende patronen waardoor zijn representatie iedere keer een iets andere vorm aanneemt. Els van Biervliet geeft haar figuren een andere identiteit door ze in verband te brengen met bestaande en gekende iconen of door ze letterlijk een masker voor te houden. Jeremy Swinnen laat natuurkrachten als de wind bepalen welk beeld de kijker te zien krijgt. De sculpturen van Pieter de Clerq lijken niet te willen kiezen tussen een menselijke, dierlijke of geabstraheerde vorm, zodat de interpretatie van de kijker iedere gedaante mogelijk maakt. Het werk van Reinier Kranendonk ligt in het verlengde hiervan. Zijn industriële constructies hebben menselijke trekjes. Bij Jasmijn Visser heeft de werkelijkheid zich getransformeerd in een wereld die het midden houdt tussen een sprookje en een science fiction verhaal.

Het is juist deze diversiteit van ‘Ch Ch Ch Changes’ die duidelijk maakt hoe rijk en tijdloos een thema kan zijn.

Rob Perrée Brooklyn, oktober 2007.
TRANSFORMATION

There are many forms of transformation. 
The Czech Franz Kafka once wrote a short story in which the principle character awakes as a dung beetle. At the time, the writer was unaware that the absurd events that followed would pass into proverb and end up bearing his name. Decades later, his British colleague Roald Dahl wrote a story in which the central figure gradually transforms into a wasp. Dahl was a master of building tension by playing with the passage of time. In science fiction literature, transformation is one of the most important means by which the reader can be persuaded to believe in an incredible and implausible world.

David Bowie altered his appearance so often and so convincingly that his fans began to question his sexual inclination. By carefully nurturing that mystery, he managed to keep them loyal to him for decades. Madonna followed his example and transformed herself into a femme fatale who left no doubt as to what she wanted and who she wanted to dance to her tune. By so doing she evidently overplayed her credibility, because when she eventually presented herself to the world as a caring, faithful married mother with a growing brood of children, she lost many of her fans.

In crime novels and cop films, the transformation occurs in order to track down the culprit and catch them red-handed. By making the readers and viewers accomplices to the story’s disguises, the writer generates so much tension that they are unable to do anything other than finish the book or watch the film to the end. Actors are probably the only professional group for whom transformation is an essential skill. They transform not to please their public. They do it not to create tension or to deliberately appear to be someone they are not. Often in interviews, one reads that they deliver a better performance when the role lies further from their own character and they need to work harder to play it convincingly.

People who celebrate carnival know that transformation makes it possible for them to do what they would never dare, be able, or permitted to in their everyday life. Metamorphosis as a token excuse. Since the disguise is only temporary, that excuse is usually accepted in advance.
All of this makes it logical that transformation also plays a role in visual art. In its most elemental form, it is even the basis of what people have come to regard as art. The straightforward representation of reality, however skilfully executed, has not been considered art since the modernists. The artist is expected to transform reality and thus give a taste of his or her original ability.
Apart from that, in the course of art history a number of artists have adopted transformation as their theme, for very different reasons. Cindy Sherman already loved dressing up when she was a child, as a young woman she discovered that this gave her a feeling of confidence and security in a metropolitan environment, and as an artist she converted this fondness for disguise into a large number of photographic works. She did this in a time – late seventies, early eighties – in which representation was setting the tone in the discourse on visual art. How does the mass-media influence conceptualisation? In what misleading ways are women and minority groups being represented in the media? Is it not time for the reality depicted on television, in films and magazines to be deconstructed? Sherman’s work linked into this seamlessly. The Japanese artist Morimura, to give another example, played a different role in each of his photographs in order to make ironic comments on the typical Western discourse on representation, and to point out that transformation is normal within the tradition of Japanese theatre. The Dutch artist Rob Birza says that he chose transformation as a theme in his work in order to undermine the conditioned values and meanings and create a space for himself in which everything is still free and fluid.

In the exhibition ‘Ch Ch Ch Changes’, transformation is presented in many guises. Jorrit Paaijmans ‘manipulates’ his ink drawings and thus clears the way for chance and coincidence. Levi van Veluw adorns his face with changing patterns, by which his representation assumes a slightly different form every time. Els van Biervliet gives her figures a different identity by linking them to existing and recognized icons or by literally using a mask. Jeremy Swinnen allows forces of nature such as the wind to determine the image that the observer is shown. The sculptures by Pieter de Clercq appear unwilling to choose between a human, animal or abstract form, making every form possible through the interpretation of the viewer.
The work of Reinier Kranendonk continues in this vein. His industrial constructions have human characteristics. In Jasmijn Visser’s work, reality has been transformed into a world that stands midway between a fairytale and a science fiction story.

It is precisely this diversity in ‘Ch Ch Ch Changes’ that demonstrates how rich and timeless a theme can be.

Rob Perrée
Translation Mike Ritchie 


Mama Showroom for media and moving artMama